Kies je wijk op je stemming, niet op de bekendheid. Het centrum is het decor, maar de buurten zijn de stad. Dit is het eerlijke verhaal per wijk.
De Jordaan: sfeer en bruine cafes
Smalle grachtjes, hofjes en de beste cafes van de stad. Op de hoofdroutes inmiddels flink toeristisch, maar twee zijstraten verder klopt het weer. Ga doordeweeks of voor tien uur en het is er stil. Goed voor: slenteren, koffie, een lange lunch.
De Pijp: markt en eten
De Albert Cuypmarkt als ruggengraat, met daaromheen de dichtste concentratie goede en betaalbare restaurants van de stad (zie eten zonder toeristenval). Levendig tot laat. Goed voor: eten, borrelen, mensen kijken op het Sarphatipark.
Oost: buurtleven zonder toeristen
Rond de Javastraat en het Oosterpark zie je het Amsterdam waar mensen gewoon wonen. Veel jonge zaken, weinig passanten, eerlijke prijzen. Goed voor: een rustige middag, betaalbaar eten, het gevoel dat je iets ontdekt hebt.
Noord: ruimte en rauwe randjes
Gratis met de pont achter Centraal, twee minuten varen. Oude scheepswerven, ateliers, grote terrassen aan het IJ. Voelt als een andere stad, en dat is precies de charme. Goed voor: fietsen, industrieel erfgoed, ruimte in het hoofd.
De grachtengordel: het decor
Hier kom je voor de wandeling en de foto’s, niet voor het eten of de winkels op de hoofdroutes. Zie het als openluchtmuseum: prachtig, gratis en het mooist voor tien uur ‘s ochtends of na tien uur ‘s avonds.
De vuistregel
Plan per dagdeel één buurt en laat de rest los. Wie vier wijken op een dag wil doen, ziet vooral de tram van binnen.